10. Hoe Rome in de taal voortleeft

LES 10: alleen de tekst als pdfdocument


Woordenlijst

* statuere, o, statui, statutum: plaatsen; menen; besluiten
* otium, ii: vrije tijd; nietsdoen; rust, vrede
* clarus, a, um: helder, duidelijk; beroemd
5.* insula, ae: eiland
* manere, eo, mansi, mansum: blijven; wachten
* apud + acc. (vz.): bij
* medicus, i: geneesheer, arts
* comes, comitis: gezel(lin)
* servus, i: slaaf, dienaar
* initium, ii: begin
10.* pecunia, ae: geld
* numerare, o: tellen; betalen
* iniuria, ae: onrecht

Kaartje van Griekenland. Het eilandje Pharmacussa ligt langs de Aziatische kust, in de buurt van de toenmalige Griekse stad Milete, gelegen op de huidige Turkse kust.

15.* continere, eo, tinui, tentum: bijeenhouden; insluiten; tegenhouden
20.* pons, pontis (m.): brug
* ante / antea (bw.): eerder, vroeger
* superare, o: overtreffen; overwinnen 
* publicus, a, um: van de staat; openbaar
* res publica, rei publicae: staatszaken; staat, republiek
25.* administrare, o: dienst doen; verzorgen, besturen
* quis, quis, quid (onbep.vnw.) = aliquis, quis, quid: iemand, iets
* canere, o, cecini, ---: zingen; dichten
30.* fieri, fio, factus sum: worden, ontstaan; gebeuren
* meminisse (defect. ww.): zich herinneren; vermelden

Eén van de vele afbeeldingen van C. Iulius Caesar.

 

 

 

 


* ius, iuris: recht
* existimare, o: oordelen, beslissen; menen
35.* honor, oris: eer; ereambt
* enim (vgw.): immers, want
* imperator, oris: (opper)bevelhebber; keizer
* ara, ae: altaar
45.* posterius (bw.): later --- postremo (superl.): ten slotte; kortom
* amplus, a, um: ruim; veel, groot; aanzienlijk
* princeps, cipis: vooraanstaand, eerst; (als subst.): vooraanstaande, leider; keizer





















50.* species, iei: aanblik; uiterlijk; schijn
* officium, ii: dienst, taak; plicht(sgevoel)
* accedere, o, cessi, cessum: gaan naar, naderen
* umerus, i: schouder
55.* quidem (bw.): zeker, ongetwijfeld; maar, echter --- ne ... quidem: zelfs niet
* paulum (bw.): een weinig
* brachium, ii: arm
* conari, or: trachten
* vulnus, neris: wonde
* animadvertere, o, verti, versum: bemerken
60.* tradere, o, didi, ditum: uitleveren; overleveren, vertellen
65.* iacere, eo, iacui, ---: liggen
* tot (onveranderl.): zoveel
* reperire, io, repperi, repertum: (terug)vinden; vernemen
* nisi (vgw.): indien niet, tenzij
* pectus, toris: borst, hart; gemoed
70.* metus, us: vrees, angst

 

De Curia Iulia, het senaatsgebouw - zoals het er nu nog staat.

Binnenzicht van de Curia.

 

De moord op Caesar, zoals geschilderd door Vincenzo Camuccini (1771 - 1844). De titel van het schilderij is "De Iden van maart" - waarom?

 

 

 

 

Brutus liet een gouden munt slaan met zijn beeltenis en op de keerzijde symbolen van de moord op Caesar en het opschrift "EID.MAR" = Idus van maart, de datum van de moord...
Van deze munt zijn er slechts 2 overgebleven exemplaren bekend: één ervan werd op 29 oktober 2020 geveild voor een bedrag van bijna 3 miljoen euro, een wereldrecord voor een antieke munt!

 

Basistekst 

In de jaren 88 - 82 v.Chr. was Rome het toneel van de eerste burgeroorlog tussen Marius en Sulla, respectievelijk leiders van de volkspartij (populares) en de edelen (nobiles). Deze burgeroorlog liep uit op de dictatuur van Sulla (82 - 79 v. Chr.). De jonge Caesar stond aan de kant van de populares en besloot in 82 Rome te verlaten... 

    Composita seditione ciuili Rhodum secedere
     Nadat...             burgeroorlog     Rhodos     zich terug-
     beslecht was                                            trekken

    statuit, ut per otium ac requiem Apollonio      
                                                 rust       Apollonius
    Moloni clarissimo tunc dicendi magistro
      Molo      superlatief   toen      leraar in de wel-
                                                 sprekendheid

    operam daret. Huc dum hibernis iam
          les volgen                         winter-
5. mensibus traicit, circa Pharmacussam
       maand     oversteken            Pharmacussa          
    insulam a maritimis praedonibus captus est
                         zee-           rover            V.T.T.passief   
    mansitque apud eos prope quadraginta dies
                                                        veertig            
    cum uno medico et cubicularis duobus. Nam
                                      kamerdienaar
    comites seruosque ceteros initio statim ad
                                                             dadelijk   om
10.expediendas pecunias, quibus redimeretur,
      te regelen ...                                      losgekocht
                                                            moest worden

    dimiserat. Numeratis deinde quinquaginta
                       Nadat ....                        vijftig
    talentis expositus est in litore.
        (1)     aan land zetten 
                 V.T.T. passief          

    Sed e uestigio se ab iniuria uindicauit:
           op staande voet                      wreken
    continuo enim captos praedones crucibus
     dadelijk              volt.deelw.                      kruis
15.adfixit.
      vasthechten...

Deze anekdote moet bewijzen dat Caesar hard kon optreden en dat hij het ver zou brengen...
En inderdaad, na triumvir te zijn geworden, kwam zijn succesvolle veldtocht in Gallië...

    Omnem Galliam, quae saltu Pyrenaeo
                                        woudgebergte Pyreneeën
    Alpibusque et fluminibus Rheno ac Rhodano
         Alpen                                 Rijn              Rhône
    continetur, in prouinciae formam redegit.
                                                             maken tot
    Germanos, qui trans Rhenum incolunt,
                                                          wonen
20.primus Romanorum ponte fabricato
     als ...                            na ...     gebouwd te
                                                        hebben

    adgressus maximis adfecit cladibus; et
      aanvallen    superlatief  aandoen...nederlaag
     volt.deelw.
    Britanni ignoti antea superati sunt.
    Brittanniërs onbekend          V.T.T. passief     

In 59 v.Chr. werd hij consul... 

    Cum Bibulo consul creatus est, sed unus
                                       aanstellen             
    omnia in re publica et ad arbitrium
                                           naar zijn goeddunken
25.administrauit, ut nonnulli, cum quid per
    
    iocum testandi gratia signarent, non
      grap     om te getuigen    ondertekenen
    Caesare et Bibulo, sed Iulio et Caesare
     onder ....                           onder ...
    consulibus actum scriberent.
                         akte
    Mox canebantur hi uersus:
    weldra     passief              vers
30."Non Bibulo quiddam nuper sed Caesare
                                           onlangs
    factum est:
      is gebeurd
    nam Bibulo fieri consule nil memini."
                                            = nihil  1ste pers.
                                                         enk.

(1) talentum = Grieks gewicht (26 kg) en munt

Naar Velleius Paterculus, Historiae Romanae II, 41 / Suetonius, Vita Caesarum, Caesar, hfdst. 4, 19-20 en 25 / Valerius Maximus, Memorabilia, VI, 9, 15

Het bleef niet bij die onschuldige spotliederen - Suetonius, die een lange biografie van Caesar schreef, beschrijft de laatste maanden en de laatste dag van Caesar heel pakkend:

    Tamen Caesar abusus est dominatione et
                                misbruik maken   heerschappij
                                   V.T.T.

    iure caesus existimatur.
            volt.deelw.  men meent
35.Honores enim nimios recepit: continuum
                               te veel                achtereenvolgend
    consulatum, perpetuam dictaturam, insuper
       consulaat       eeuwigdurend     dictatuur      bovendien
    praenomen Imperatoris, cognomen Patris
       voornaam                                bijnaam
    patriae, statuam inter reges; sedem auream
                   standbeeld                       
    in curia habebat, templa, aras, simulacra
        senaats-                                          beeld
        gebouw                                                      

40.iuxta deos, appellationem mensis e suo
      naast                       naam         maand
    nomine...
  
    Subscripsere quidam Caesaris statuae:
    onderaan schrijven 
    "Brutus, quia reges eiecit, consul primus 
                                      verdrijven 
    factus est:
     V.T.T. <fieri
45.hic, quia consules eiecit, rex postremo
  
    factus est.

    Conspiratum est in eum a sexaginta amplius,
           samenzweren                        zestig     comparatief
    Gaio Cassio Marcoque et Decimo Bruto
    waarbij...
    principibus conspirationis.
                          samenzwering 

Toen kwam de vergadering in de senaat, op 15 maart 44 v.Chr. 

50.Assidentem conspirati specie officii
        gaan zitten   samenzweerder 
    circumsteterunt, ilicoque Cimber Tillius, qui
      rond gaan staan      terstond
    primas partes susceperat, quasi aliquid
                   rol       op zich nemen                         
    rogaturus propius accessit et ab utroque
    om te ...                            
    umero togam adprehendit. Deinde
                  toga       vastgrijpen
55.clamantem: 'ista quidem uis est!' alter e
         roepen
      onvolt.deelw.                   

    Cascis uulnerat paulum infra iugulum.
                verwonden               onder     keel
    Caesar Cascae brachium arreptum
                                                 vastpakken   
                                                  volt.deelw.
    graphio traiecit conatusque prosilire alio
    schrijfstift  doorboren  volt.deelw.   opspringen
    uulnere tardatus est; utque animaduertit
                      vertragen        
60.undique se strictis pugionibus peti, toga
                         getrokken    dolk          passief
    caput obuoluit atque ita tribus et uiginti
               omhullen                                    twintig
    plagis confossus est. Quidam tradiderunt
     slag         doorsteken           
    Marco Bruto irruenti dixisse: kai su teknon;
                           die op hem                     (1)
                           afstormde                          

    Exanimis diffugientibus cunctis aliquamdiu
     levenloos    uiteen vluchten                   enige tijd
                     terwijl....

65.iacuit, donec tres seruoli domum
                  totdat         jonge slaaf
    rettulerunt. Nec in tot uulneribus, ut
                                   
    Antistius medicus existimabat, letale ullum
                                                         dodelijk
    repertum est, nisi quod secundo loco in
      V.T.T. passief
    pectore acceperat. Fuerat animus coniuratis
                                                           
70.corpus occisi in Tiberim trahere, sed metu
                
volt.deelw.               
    Marci Antoni consulis destiterunt.
                                             afzien van

(1) kai su teknon = Grieks voor "tu quoque, fili mi"

Naar Suetonius, Vitae Caesarum, Caesar, hfdst.76, 80 en 82 

Opgaven 

1. Composita seditione civile (r.1): hoe oud was Caesar dan?

2. Hibernis iam mensibus (r.4-5): dat was niet de gewoonte. Waarom?
Het eilandje Pharmacussa ligt trouwens aan de kust van Klein-Azië - hoe verliep de scheepvaart in de oudheid?

3. Quinquaginta talentis (r.11-12): dit is een enorm bedrag. Een talent had de waarde van 6000 drachmen (1 drachme = 4 gram zilver).
Het is moeilijk de waarde van oude munten te bepalen, maar in het oude Griekenland moest een arbeider meerdere jaren werken om een talent te verdienen. Men schat dat 1 drachme de waarde vertegenwoordigde van één dagloon of van 30 kg tarwe...
Stel dat je die 50 talenten omrekent naar onze huidige munt, hoeveel zou dat bedrag dan waard kunnen zijn in euro's?

4. Crucibus adfixit (r.14-15): de kruisdood was een gewone straf voor niet-Romeinen. Denk aan de kruisdood van Jezus Christus of aan de terechtstellingen van de opstandelingen van de slavenopstand van Spartacus...

5. Caesar werd triumvir in 60 v.Chr., samen met Pompeius en Crassus (zie ook de inleiding tot Thema IV). Ze verdeelden dus de hoogste macht onder elkaar - wat was het gevolg voor het ambt van consul? En waaruit blijkt dit hier?

6. Caesare et Bibulo (r.27): hoe dateerden de Romeinen?

7. Honores nimios (r.35): welke titels droeg Caesar dus allemaal? Waarom waren sommige daarvan zeker in strijd met de regels van de oude Romeinse republiek?

8. Appellationem mensis (r.40): welke maand dus? Maar Caesar deed veel meer met de kalender! Zoek daarover gegevens op, b.v. op http://nl.wikipedia.org/wiki/Kalender en op http://nl.wikipedia.org/wiki/Juliaanse_kalender 

9. Brutus (r.43) was de leider van de beweging die de laatste koning Tarquinius Superbus verdreef, in 510 v.Chr. 
De verder vernoemde samenzweerder Decimus Iunius Brutus behoorde tot dezelfde familie, de belangrijke "gens Iunia" - zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Gens_Iunia

10. Conspiratum est ... (r.47): van de 40 tot 60 samenzweerders noemt Suetonius er hier slechts een 6-tal: Marcus en Decimus Brutus (familie van elkaar), Tillius Cimber, de gebroeders Casca en Gaius Cassius. Wie is de bekendste geworden?

11. De moord op Caesar gebeurde op de Idus van maart (15 maart) 44 v.Chr. 
Een waarzegger had Caesar (tevergeefs) gewaarschuwd voor "de Iden van maart" - deze waarschuwing vinden we ook in het toneelstuk Julius Caesar van Shakespeare. Wat zou je kunnen bedoelen als je iemand waarschuwt voor "de Iden van maart"?

12. Kai su, teknon (r.63): misschien nog bekender zijn de woorden "Tu quoque, Brute" of "Tu quoque, fili mi". De eerste uitspraak komt uit de tragedie Iulius Caesar van William Shakespeare, de tweede is een vertaling van het Grieks "kai su, teknon".
Het is waarschijnlijk - als Caesar al iets gezegd heeft! - dat de Griekse woorden het meest de werkelijkheid benaderen: Romeinse edelen spraken namelijk heel vaak Grieks.
Decimus Brutus was inderdaad een vertrouweling van Caesar geweest, maar geen adoptief zoon. Men moet het woord "teknon" dan ook eerder begrijpen als de aanspreking van iemand die jonger is, niet van een echt kind...

13. Marcus Antonius (r.71) zou het testament van Caesar laten uitvoeren en voor zijn begrafenis zorgen - hij had zelf ook heel veel ambitie! Maar Octavius, een achterneef van Caesar, was door diens testament tot adoptiefzoon aangeduid. Terwijl de republikeinse senatoren die Caesar hadden vermoord, uit Rome vluchtten, tekende zich reeds een nieuwe burgeroorlog af... Hoe zou het allemaal verder lopen? Zie ook de Leestekst 1 bij Les 9...

14. Caesar en taal? Misschien voor jou een niet zo voor de hand liggend verband, maar:

(1) Caesar schreef naast werken over zijn oorlogen ook boeken over grammatica, over welsprekendheid, misschien ook over sterrenkunde - en zelfs poëzie

(2) Caesar schreef in een sobere, eenvoudige en beknopte stijl en in een heel zuivere taal: men zegt dat hij "klassiek Latijn" schrijft.
Het "klassieke Latijn" is het Latijn zoals het geschreven werd tijdens de bloeitijd van Rome, dus in de eerste eeuw voor en na Christus. Zo'n Latijn schreven bijvoorbeeld ook de dichters Vergilius en Horatius

(3) Daarom zul je in het 3de jaar Latijn nog meer van Caesar lezen - Caesar is een goede "leermeester" qua taal. Wij leren op school natuurlijk dat klassieke Latijn...

Grammatica  


1. Het passief van de onvoltooide tijden

a. Observeer

- continetur (r.18), canebantur (r.29), existimatur (r.34)

- Les 9, Basistekst: agebantur (r.11), audiebantur (r.19), excitabatur (r.32), metuebatur (r.39)


b. Besluiten

(1) Tot nu toe zag je in het Latijn alleen de actieve vormen van het werkwoord. In het actief (of "bedrijvende vorm") voert het onderwerp de handeling uit (actief < Lat. agere = doen, uitvoeren).

(2) Er bestaan ook passieve vormen: in het passief ( of "lijdende vorm") ondergaat het onderwerp van de zin de handeling (passief < Lat. pati = lijden, ondergaan).
In het Nederlands herkennen we het passief aan het hulpwerkwoord worden.

Ook in vele andere moderne talen gebruikt men een hulpwerkwoord om het passief uit te drukken, dus:
- Ned.: hij hakt de boom om --- passief: de boom wordt omgehakt
- Frans: il coupe l' arbre --- passief: l' arbre est coupé
- Engels: he cuts the tree --- passief: the tree gets cut

(3) In het Latijn gebruikt men in de onvoltooide tijden geen hulpwerkwoord; men herkent het passief aan de speciale uitgangen.

(4) Die uitgangen zijn: (o)r , ris, tur, mur, mini, ntur.

(5) Voor de rest blijven de regels van de vorming van de drie onvoltooide tijden dezelfde als die die je al kent - zie Les 7.

Die regels zijn dus:

- praesens passief

praesensstam (+ bindletter i/u) + praesensuitgangen or, ris, tur, mur, mini, ntur

- imperfectum passief

praesensstam (+ bindletter e) + kenletters BA + praesensuitgangen r, ris, tur, mur, mini, ntur

- futurum simplex

praesensstam + kenletters B of A/E + praesensuitgangen (o)r, ris, tur, mur, mini, ntur

Opmerkingen:

- de bindletters blijven dus dezelfde als in het actief
- let op dat de bindletter -i- een -e- wordt voor een -r, dus voor de uitgang -ris: het is dus vinc-e-ris en cape-ris en ook vocab-e-ris en habeb-e-ris.


(6) Voor de volledige vervoegingen zie LS nrs. 156, 157 en 158.


2. Het passief van de voltooide tijden

a. Observeer

- captus est (r.6), expositus est (r.12), superati sunt (r.22), creatus est (r.23), conspiratum est (r.47), tardatus est (r.59), confossus est (r.62), repertum est (r.68)

- Les 9, Basistekst: zie punt 3, (4) hieronder.

b. Besluiten

(1) Het Latijn gebruikt in de voltooide tijden wél een hulpwerkwoord, nl. esse.

(2) De 3 voltooide tijden worden dan gevormd met het voltooid deelwoord (participium perfectum) + het praesens, imperfectum of futurum simplex van esse.

Het is dus een beetje zoals in het Nederlands: V.T.T.: ik ben gekwetst (geworden) of  V.V.T.: ik was gekwetst (geworden)...

(2) De drie regels voor de voltooide tijden worden dan:

- perfectum passief

participium perfectum + praesens van esse: sum, es, est, sumus, estis, sunt

- plus-quam-fectum passief

participium perfectum + imperfectum van esse: eram, eras, erat, eramus, eratis, erant

- futurum exactum passief

participium perfectum + futurum simplex van esse: ero, eris, erit, erimus, eritis, erunt

Opmerkingen:

- let erop dat het participium perfectum verandert van getal en geslacht (zie ook nr.4). Dus: vocatus sum / es / est, maar vocati sumus / estis / sunt, en ook vocata est (vrouwelijk), enz.

- let er ook op dat de 3de pers.mv. van het futurum exactum passief wel vocati erunt is, terwijl de 3de pers.mv. van het futurum exactum actief vocaverint is.

(3) Voor de volledige vervoegingen: zie LS nrs 159, 160 en 161.

3. Besluiten over de vorming van het Latijnse passief en opmerkingen over de vertaling

(1) bij de onvoltooide tijden ligt het verschil tussen actief en passief in de persoonsuitgangen

(2) bij de voltooide tijden is de vorming van actief en passief totaal verschillend:
     - actief: perfectumstam + speciale uitgangen
     - passief: participium perfectum + hulpwerkwoord esse

(3) let er dus op dat bij het plus-quam-perfectum -eram in het actief een uitgang is, terwijl in   het passief "eram" een hulpwerkwoord is; hetzelfde doet zich voor in het futurum exactum met de uitgang -ero en het hulpwerkwoord "ero".

(4) Opmerkingen:

(V) Vertaling van het Latijnse passief: het Nederlands gebruikt het passief veel minder dan het Latijn en vaak is een vertaling met een actieve zinswending vlotter:

Voorbeelden: 

. expositus est in litore (r.12) = (ook) men zette hem aan land
. et Britanni superati sunt (r.22) = (ook) hij overwon ook de Brittanniërs

Let erop dat het hulpwerkwoord esse, zoals trouwens het werkwoord esse in het algemeen (zie Basistekst Les 9), soms weggelaten wordt:

Voorbeeld:  Ubi dies redditus, corpus inventum (Les 9, Basistekst, r.51) = ubi dies redditus est, corpus est inventum.

- (V) Op die manier is het Latijnse passief ook een manier om het Nederlandse "men" weer te geven:

Voorbeelden:

. iure caesus existimatur (r.34) = (lett.) = hij wordt terecht gedood geoordeeld = men denkt dat hij terecht gedood is
. conspiratum est (r.47) = (lett.) er werd samengezworen = men zwoer samen
. letale ullum repertum est nisi... (r.67-68)= (lett.) er werd er geen enkele dodelijke gevonden tenzij ... = men vond er geen enkele dodelijke tenzij...


4. Het participium perfectum passief (voltooid deelwoord)


a. Observeer

- captus (r.6), expositus (r.12), captos (r.14), superati (r.22), creatus (r.23), caesus (r.34), tardatus (r.59), repertum (r.68), occisi (r.70)

- Les 9, Basistekst: solitus (r.2), egressi (r.7), clausis (r.24), exstincto (r.25), redditus (r.51), inventum (r.51)

b. Besluiten

(1) Het Latijnse voltooid deelwoord, het participium perfectum passief (PPP), gaat uit op -tus of -sus

(2) Het PPP wordt verbogen volgens de adjectieven op -us, -a, -um

(3) Bij de meeste werkwoorden van de 1ste en 4de vervoeging is de vorming regelmatig: praesensstam + -tus, a, um

(4) bij de andere werkwoorden is de vorming vaak onregelmatig: we herkennen dan het PPP in de 3de hoofdtijd, het supinum.

Het supinum gaat altijd uit op -um, en voor het PPP vervangen we de -um door -us.

Voorbeelden:

manere, eo, mansi (perfectum), mansum (supinum) --- het PPP is dus mansus, a, um
continere, eo, continui (perfectum), contentum (supinum) --- het PPP is dus contentus, a, um

accedere, o, accessi (perfectum), accessum (supinum) --- het PPP is dus accessus, a, um
tradere, o, tradidi (perfectum), traditum (supinum) --- het PPP is traditus, a, um

Maar ook bij enkele werkwoorden van de 1ste en 4de vervoeging en enkele heel onregelmatige:

reperire, io, repperi (perfectum), repertum (supinum) --- het PPP is dus repertus, a, um 
ferre, fero, tuli (perfectum), latum (supinum) --- het PPP is dus latus, a, um.

(5) Het participium perfectum kan op verschillende manieren gebruikt worden

- het kan een deel van een voltooide tijd passief zijn (zie hierboven)

- het kan als adjectief bij een substantief gebruikt worden - het congrueert dan met het substantief, net zoals een adjectief

  Voorbeeld: in locis clausis (Les 9, basistekst, r.24) = in gesloten ruimten

- het kan zelfstandig gebruikt worden

  Voorbeeld: corpus occisi (r.70) = het lichaam van de dode

- het kan de betekenis van een betrekkelijke of bijwoordelijke bijzin hebben - het congrueert ook met het substantief. We spreken van een participium coniunctum (= een verbonden participium)

   Voorbeelden:  captos praedones (r.14) = de gevangen zeerovers OF de zeerovers die hij gevangen had OF nadat hij de rovers gevangen genomen had, ... OF hij nam de zeerovers gevangen en...
                       brachium arreptum (r.57) = de arm die hij had vastgepakt

(6) (V) Een participium kan dus op verschillende manier vertaald worden

- ofwel letterlijk, door een voltooid deelwoord
- door een adjectief of substantief
- door een bijzin (betrekkelijk of bijwoordelijk)
- en (als de Nederlandse zin te ingewikkeld wordt) door een onafhankelijke zin.


5. Het handelend voorwerp

a. Observeer

- a maritimis praedonibus captus est (r.6) = hij werd door zeerovers gevangen genomen
- conspiratum est in eum a sexaginta amplius (r.47) = er werd tegen hem samengezworen door meer dan zestig (samenzweerders)

b. Besluiten

(1) Het handelend voorwerp wordt gebruikt in passieve zinnen en drukt daar de persoon uit die de handeling uitvoert

Opmerking: als men de zin naar het actief zou omzetten, dan wordt het handelend voorwerp het onderwerp van de actieve zin.

(2) Het handelend voorwerp wordt in het Latijn uitgedrukt door a(b) + ablatief.


Oefeningen

1. Determineer de volgende werkwoordsvormen - en wees volledig:

Voorbeeld: repertum est: perfectum passief 3E van reperire

accesserunt, administrabant, actum est, animadvertent, ardent, cadit, cecidit, cadet, cesserant, circumdabitur, condiderit, continuerunt, continuerint, conveneram, defendimini, excessi, lati sunt, gerebant, imperant, interficies, munita erat, occupabunt, perierunt, positum est, rapiam, sentiunt, servaberis, tegent, traxeratis, vocabant, vocabunt.

2. Volgende vormen kun je op twee manieren determineren - hoe en hoe komt dat?

Statuimus, quaereris, cecidisti.

3. Zeg van onderstaande participia perfecta, genomen uit de Basistekst, of ze gebruikt zijn (1) als onderdeel van een werkwoordelijke vorm (2) als adjectief (3) als substantief of (4) met de betekenis van een bijzin:

captus (r.5), expositus (r.12), captos (r.14), adgressus (r.21), superati (r.22), creatus (r.23), caesus (r.34), factus (r.46), conspiratum (r.47), tardatus (r.59), strictis (r.60), confossus (r.62), repertum (r.68), occisi (r.70).

4. Geef de volledige woordgroep waarvan volgende woorden deel uitmaken:

per (r.2), prope (r.7), cum (r.8), ceteros (r.9), praedones (r.14), maximis (r.21), nimios (r.35), nomine (r.41), ab (r.53), alio (r.58), loco (r.68), occisi (r.70), metu (r.70).

5. Nog enkele vraagjes:

- wat is het lijd. vw. van dimiserat (r.11)?
- wat is het lijd. vw. van adfecit (r.21)?
- is "cum" (r.23) een voegwoord of een voorzetsel? Hoe kun je dat bewijzen?
- verklaar de naamval van "versus" (r.29) en van "honores" (r.35)
- geef alle lijd. vw. van "habebat" (r.39)
- welk woord kun je bij "assidentem" (r.50) erbij denken: Tillium / Caesarem / Brutum / senatum?
- met welk woord komt "conatus" (r.58) overeen?
- verklaar de naamval van "toga" (r.60)
- het zinsteken ";" na de Griekse woorden in r.63 vervangt een ! / : / . / ?
- verklaar de naamval van "corpus" (r.70).

6. Kun je de betekenis van de volgende vreemde woorden achterhalen of verklaren door op een Latijns woord te steunen dat je leerde in woordenlijsten 9 en 10?

Dubieus - (Fr.) extincteur - (Fr.) auxiliaire, (Eng.) auxilary - communisme - imposant - densiteit - (Fr.) adversaire - (Fr./Eng.) invention, (Ned.) inventief
medicijn - initieel - continent - publiciteit - administratie - cantate - jurist - amplitude - principe - (Fr./Eng.) vulnérable/vulnerable - traditie - pectoraal. 

 

 


Een zicht op Herculaneum. Welke verschillen met de beelden van Pompeii (in Les 9) vallen je op?

 

 

 

 

 

 

 

Kaartje van de streek ten zuiden van Napels. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

Zo zou men zich een Grieks oorlogsschip (navis longa) kunnen voorstellen...


Een bekend borstbeeld van de Atheense staatsman en generaal Themistocles (524 - 460 v.Chr.).

Het moderne standbeeld van Leonidas op de plaats waar de Thermopylae lagen.

 

Kaartje van de zee-engte van Salamis: de Atheense schepen zijn in het blauw, de Perzische in het rood. Men ziet duidelijk dat de Perzen hun volledige vloot niet konden ontplooien...

 

 

 

 

 

 

De Apollo-tempel in Delphi: misschien legde de Pythia hier de orakels van Apollo uit...

Een schaal met een afbeelding van de Pythia (links) (Athene, 440-430 v.Chr.).

 

Algemeen zicht op de Akropolis met de gebouwen zoals die na de Perzische oorlogen werden heropgebouwd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zo zag de beroemde Italiaanse schilder en beeldhouwer Michelangelo (1475 - 1564) misschien de Sibylle van Cumae...

 

Zelfs op de buitenkant van enkele panelen van het beroemde Lam Gods, geschilderd ca. 1432 door de gebroeders Jan en Hubert Van Eyck (en bewaard in de Sint-Baafs kathedraal in Gent) worden twee Sibyllae afgebeeld - rechts de Sibylla van Cumae. Ze vervullen daar dezelfde rol als de profeten in het Oud Testament.

 

De toegang tot de grot van de Sibylle, bij Cumae.

 

 

 

 

 

 

 

Leestekst 1


In een soort werk over natuurkunde wijdt Seneca (1ste eeuw n.Chr.) het 6de boek aan het verschijnsel aardbevingen... 

    Pompeii, celebris Campaniae urbs, terrae
                     beroemd     Campania
    motu vastati sunt et quaecumque adiacebant
    beweging...verwoesten                              aangrenzen
    regiones vexatae, et quidem hibernis diebus,
                     teisteren                        winter-
    qui uacare a tali periculo solent
.
          vrij zijn       zulk    
5. Nonis Februariis hic fuit motus Regulo et
      (1)      van februari                          Regulus
    Uerginio consulibus, qui Campaniam,
     Verginius
    numquam securam huius mali, magna strage
                        veilig ...             kwaal             verwoesting
    uastauit: nam et Herculanensis oppidi pars
                                  van Herculaneum
    ruit dubieque stant etiam quae relicta sunt.
    instorten             staan                       achterlaten...
10.Neapolis quoque leviter ingenti malo 
        Napels                                                       
    perstricta est: priuatim multa, publice nihil
          treffen          van particu-                               
                                 lieren        

    amisit. Villae uero vastatae sunt, passim sine
    verliezen   villa                                     hier en daar
    iniuria tremuere.
       ...         beven

(1) Nonae = de naam van de 5de of 7de dag van iedere maand, hier de 5de van februari.

Naar Seneca, Quaestiones Naturales, Boek VI, 1, §§1-2


Opgaven

1. Zorg ervoor dat je de streken en steden, genoemd in de tekst, op het kaartje kunt aanduiden.

2. Kloppen de gegevens die Seneca hier over de streek rond Napels geeft, met de gegevens van Plinius in de Basistekst van Les 9?

3. Nonae (r.5): de Romeinse kalender kende 3 vaste dagen, de Kalendae (1ste), de Nonae (5de of 7de) en de Idus (13de of 15de).
Zie opgave 8 bij de Basistekst hierboven.
Twee Nederlandse uitdrukkingen houden verband met deze kalenderdagen:
- wat zou kunnen betekenen "iets uitstellen tot de Griekse Kalenden"?
- in welke omstandigheden kan men van iemand zeggen dat het zijn "Iden van maart" zijn (zie opgave 11 hierboven)?

4. Heeft Seneca deze aardbeving precies gedateerd? Toon dat aan.

5. Privatim ... publice ... (r.11): hoe zou je het verschil kunnen verklaren?

6. Haal de passieve vormen uit bovenstaande leestekst en determineer ze.

7. Mali (r.7) en malo (r.10): "malus" betekent "slecht". Hoe zijn "mali" en "malo" hier gebruikt?

8. Nog enkele vraagjes:
- welk hulpwerkwoord is verzwegen bij "vexatae" (r.3)? Hoe verklaar je het geslacht ervan?
- wat is het antecedent van "qui" (r.4)? En van "qui" (r.6)?
- welk antecedent zou je kunnen denken bij "quae" (r.9)?

Leestekst 2


De geschiedenisschrijver Cornelius Nepos heeft in een levensbeschrijving van de beroemde Atheense generaal Themistocles geschreven over de oorlog tussen de Grieken en de Perzen. In 490 v.Chr. was de Perzische koning Darius al Griekenland binnengevallen, maar hij was door de Atheners bij Marathoon verslagen.
Tien jaar later, in 480 v.Chr., zon zijn zoon Xerxes op wraak...


    Xerxes et mari et terra bellum universae
                                                             geheel
    intulit Europae cum tantis copiis, quantas
    aandoen...                    zo groot troepen    als...
    neque ante nec postea habuit quisquam.
                                                             iemand
    Huius enim classis mille et ducentarum navium
                         vloot    duizend      tweehonderd
5. longarum fuit, et duo milia onerariarum
          (1)                                           vracht-
    sequebantur; terrestres autem exercitus DCC
                                 land-                
    peditum, equitum CCCC milia fuerunt.
    voetknecht    ruiter
    Postquam de adventu eius fama in Graeciam
       nadat                komst                           Griekenland
    est perlata, Athenienses miserunt Delphos
    brengen naar...     Athener                          Delphi
10.consultum, quidnam facerent de rebus suis.
     om te raad-     wat toch  ze moesten...
        plegen

    Pythia respondit, ut moenibus ligneis se
        (2)     antwoorden                         houten
    munirent. Id responsum cum intellegeret
                              antwoord                begrijpen
    nemo, Themistocles persuasit consilium esse
    niemand    Themistocles    overtuigen dat... raad
    Apollinis, ut in naves se suaque conferrent:
                                                            terugtrekken
15.eum enim a deo significari murum ligneum.
                                      bedoelen
                                       passief

    Id consilium probatur; arcem sacerdotibus
              plan      goedkeuren                    priester
    paucisque maioribus natu tradunt, reliquum
     enkele                    ouderen                     overig...
    oppidum relinquunt. Se suaque omnia in 
                     achterlaten 
    naves deportant.
                 brengen...

Dit was de reactie van de Atheners, maar...


20.Huius consilium plerisque civitatibus dis-
                                    meeste                       niet
    plicebat et in terra dimicari magis placebat. 
     bevallen                       strijden     
    Itaque missi sunt delecti cum Leonida, 
                                  uitgelezen         Leonidas
                                   soldaten
    Lacedaemoniorum rege, qui Thermopylas
           Spartanen                                     (3)
    occuparent longiusque barbaros progredi
     moesten...        verder             barbaar     oprukken
25.non paterentur. Hi vim hostium non
                 laten...                           
    sustinuerunt eoque loco omnes interierunt.
                                                              omkomen
    Xerxes, postquam Thermopylae expugnatae 
                                                                 innemen
    sunt, protinus accessit urbem, quae a nullis
               dadelijk                                               
    defendebatur. Ita interfecti sunt
                                                                 
30.sacerdotes, quos in arce invenerat, atque 
                                                    
    urbs incendio deleta est.
               brand       verwoesten

Later viel Xerxes de Atheense vloot aan die zich in de zee-engte tussen het vasteland en het eiland Salamis had teruggetrokken...


    Ita barbarus rex adeo angusto mari conflixit,
                                               nauw               strijden
    ut eius multitudo navium explicari non 
                                                ontplooien
                                                  passief

    potuerit. Victus ergo est magis etiam consilio
     < posse      
35.Themistocli quam armis Graeciae. Sic unius
                          
    viri prudentia Graecia liberata est.
             inzicht                        bevrijden

(1) navis longa = oorlogsschip
(2) De Pythia was de priesteres die in het orakel van Delphi de voorspellingen van Apollo uitlegde
(3) De Thermopylae waren een nauwe bergpas in Noord-Griekenland.

Naar Cornelius Nepos, De excellentibus ducibus, Themistocles, §§ 2-5


Opgaven

1. We lazen reeds over de Perzische oorlogen in Leestekst 2 van Les 7.

Wil je er meer over weten, kijk dan eens op de handige kleine website van het damiaaninstituut https://geschiedenisweb.wordpress.com/perzische-oorlogen/  

Zie ook http://nl.wikipedia.org/wiki/Perzische_oorlogen

2. Het conflict tussen Grieken en Perzen ontstond niet zo maar van de ene dag op de andere. Op de kusten van Klein-Azië (het huidige Turkije), lagen er overal Griekse steden, die door de Grieken waren gesticht. We kunnen zelfs zeggen dat het eerste bloeiende culturele centrum van de Griekse klassieke wereld in Klein-Azië lag: Homeros was misschien van daar afkomstig, de historicus Herodotos werd er geboren, de wiskundige en filosoof Thales was afkomstig uit Milete.

Het uitbreidende Perzische rijk kwam in botsing met deze bloeiende steden en, omdat Athene de Griekse steden steunde, besloot Darius zich op Athene te wreken (490 v.Chr.). Hij werd in de beroemde slag bij Marathoon verslagen. Waardoor is deze plaats nog beroemd? Zoek er gegevens over op...

Tien jaar later waagde zijn zoon Xerxes het nog eens...

3. De cijfers in regels 4-7 zijn enorm - en wellicht sterk overdreven. Reken de totale troepensterkte van Xerxes eens uit.

Herodotos, een belangrijk Grieks geschiedschrijver, schrijft in zijn Historiae dat de troepen van Xerxes gedurende 7 dagen en 7 nachten over de brug trokken, die hij speciaal over de zee-engte, de Hellespont, had laten bouwen!

Ook al in de eerste Perzische oorlog ging het om enorme legers: volgens de geschiedschrijver Quintus Curtius, een belangrijke bron voor dit verhaal, waren er hierbij 200 000 voetsoldaten en 10 000 ruiters betrokken! Hiervan zouden 100 000 gewone soldaten en alle ruiters meevechten in de slag bij Marathoon, tegen 10 000 Grieken (van wie 9 000 Atheners). Zelfs als de getallen van de Perzische troepen sterk overdreven zijn, is toch duidelijk dat de Grieken tegen een grote overmacht vochten.

 

4. Delphi (r.9) en zijn orakel zijn je al bekend.

Zoek weer inlichtingen over deze stad en dit heiligdom op of surf even naar www.in2greece.com en zoek inlichtingen over Delphi.
Er zijn overigens duizenden (vaak toeristische) sites over deze beroemde stad!


5. D
e Pythia (r.11) was de priesteres van Apollo, die de orakels gaf. Men vertelt dat ze half bedwelmd door (misschien vulkanische) dampen in een soort trance uitspraken deed, die van de waarzeggende god kwamen. Veel van deze orakels waren dubbelzinnig  of mysterieus en vergden nadere uitleg van de priesters.

6. Arcem (r.16): met de burcht is de beroemde Akropolis van Athene bedoeld.
De Perzen verwoestten dus de hele stad én de Akropolis in 480 v.Chr. Daarna werden alle heiligdommen weer opgebouwd - zo werd het Parthenon, de beroemde tempel gewijd aan de godin Athena, ingewijd in 432 v.Chr.

7. Omnes (r.26): met hoeveel waren ze volgens de legende?

 

8. In welke tijd staat het verhaal in regels 16-19? En welke tijd wordt er voordien en daarna gebruikt? Dat doen wij bij een levendig verhaal ook soms in het Nederlands, waarom?

 

9. Let je op de juiste vertaling van "de rebus suis" (r.10), van "sua" (r.14) en "sua omnia" (r.18)?


Leestekst 3


Aulus Gellius (130 - na 180 n.Chr.) was een Romeins schrijver, die lang in Athene leefde. Hij schreef een groot werk in 20 boeken, de "Noctes Atticae, met allerlei wetenswaardigheden over literatuur, geschiedenis, taalkunde, enz.  Het volgende verhaal is typisch voor de inhoud:

    In antiquis annalibus memoria super libris
                             (1)           verhaal                boek
    Sibyllinis haec prodita est.  Anus incognita ad
    van de Sibylle        vermelden        oude    onbekend
                                                    vrouw

    Tarquinium Superbum regem adiit novem
                                                                  negen
    libros ferens, quos esse dicebat divina
               tegenw.                                   goddelijk
               deelw.

5. oracula; eos velle venundare. Tarquinius
     orakel-                        verkopen
     spreuk

    pretium percontatus est. Mulier nimium atque
       prijs             vragen naar...     vrouw    te groot
    inmensum poposcit; rex, quasi anus aetate
        enorm          eisen               
    desiperet, derisit. Tum illa foculum cum
     dwaas doen  uitlachen                  haardje   
    igni apponit, tres libros ex novem deurit
           erbij zetten                                    verbranden
10.et, an reliquos sex eodem pretio emere
                   overig     zes                            kopen
    vellet, regem interrogavit. Sed Tarquinius id
                                vragen
    multo risit magis dixitque anum iam procul
              lachen
    dubio delirare. Mulier statim tres alios
    twijfel   krankzinnig             dadelijk
                   zijn

    libros exussit atque id ipsum denuo placide
              verbranden                          opnieuw  rustig
15.rogat, ut tres reliquos eodem illo pretio 

    emat.
                        
    Tarquinius ore iam serio atque attentiore
                       gezicht     ernstig            aandachtiger 
    animo fit, libros tres reliquos mercatur nihilo
              < fieri                                    kopen     helemaal
                                                                         niet...

    minore pretio, quam quod erat petitum pro
     minder                         
20.omnibus. Ea mulier tunc a Tarquinio
                                        toen
    digressa postea nusquam loci visa est. Libri
     weggaan                   nergens                                
     volt.deelw.

    tres in sacrarium conditi "Sibyllini" appellati 
                   heiligdom   
    sunt; ad eos quasi ad oraculum quindecimviri
                                                                   (2)
    adeunt, cum di immortales publice consulendi 
     < adire           = dei onsterfelijk                moeten geraad-
25.sunt.
    pleegd worden

(1) Annales: jaarboeken met alle gebeurtenissen, door de priesters opgeschreven
(2) Quindecimviri: een priestercollege van 15 (= quindecim) mannen die toezicht hielden op de Sibyllijnse boeken.

Naar Aulus Gellius, Noctes Atticae, Boek I, hfdst. 19

Opgaven

1. We lazen al over de Sibylle in Les 7. Het was toen Aeneas die haar raadpleegde...
De Sibylla van Cumae was volgens de legende iemand die in de gedaante van een oude vrouw de toekomst voorspelde, daarbij geïnspireerd door Apollo. Vergilius situeert haar grot bij de stad Cumae, niet zo ver van Napels.
Is het verwonderlijk dat de Romeinen zo'n mysterieuze plek net in de omgeving van Napels situeerden? - denk aan wat je las in Les 9...

Cumae - een heel oude Griekse kolonie, 750 v.Chr. - lag ten westen van het Avernus-meer, een kratermeer waarvan de Romeinen dachten dat daar de toegang tot de onderwereld lag... 

2. Libri Sibyllini (r.1-2): de Sibyllijnse boeken waren in Griekse verzen geschreven en zouden volgens de legende afkomstig zijn uit de stad Gergis, in de buurt van Troje. Ze kwamen via omzwervingen in Cumae terecht en drie van de negen oorspronkelijke boeken werden bewaard in een schatkamer (sacrarium) in de tempel van Iuppiter op het Capitool. Toen de tempel afbrandde in 83 v.Chr. gingen ook de boeken verloren...
Ze werden door de priesters geraadpleegd in buitengewone omstandigheden als rampen, epidemieën...

3. In regels 15-18 gaat het verhaal plots over naar een andere tijd - welke? Waarom?

4. Determineer volgende werkwoordsvormen: prodita est (r.2), dicebat (r.4), interrogavit (r.11), rogat (r.15), erat petitum (r.19), visa est (r.21), appellati sunt (r.22-23).

5. Waarom het verschil in tijd tussen "adiit" (r.3) en "dicebat" (r.4)?

6. Nog enkele vraagjes:
- met welk substantief komt "haec" (r.2) overeen?
- wat betekent "ferens" (r.4) letterlijk? En hoe kun je het vlot vertalen?
- waarom gebruikt de auteur "illa" in r.8, en niet "ista"?
- welke bijzin hangt er af van "interrogavit" (r.11)?
- waarom is "petitum" (r.19) onzijdig?
- met welk woord congrueert "appellati" (r.22)?

Activiteiten

1. Nu we, op het eind van dit eerste jaar Latijn, een beetje de balans moeten beginnen opmaken, zou je op een tijdsbalk - of bestaat die al in je klas? - de bijzonderste data en evenementen van de Romeinse geschiedenis, die je dit jaar hebt ontmoet, kunnen aanduiden.

Het kan een leuk groepswerk worden, met elke leerling bijvoorbeeld een andere les...
Eventueel kun je er ook Griekenland bij betrekken - ter voorbereiding van het herhalingsthema VI, waar veel over Griekenland sprake zal zijn...

2. Iedere Latijnse les is ook een beetje een les Nederlands - ongetwijfeld heb je nieuwe begrippen ontmoet die ook in de lessen moderne talen nuttig zijn. En heel zeker heeft je leraar er de nadruk op gelegd dat een vertaling uit het Latijn goed en vlot Nederlands moet zijn.

Misschien kan je leraar een stuk uit één van de vorige teksten aanduiden en de klas per groepjes van 2-3 leerlingen een vlotte vertaling laten maken: geen letterlijke weergave, eventueel passief vervangen door actief, vlotte uitdrukkingen, sprekende adjectieven...

Wie maakt de beste moderne vertaling? Helpt je leraar Nederlands de vertalingen beoordelen? En wie weet wordt de beste gepubliceerd in het schoolblad of op de schoolsite?

3. Nog een werk dat je met heel de klas kunt maken. Neem de - nu volledige - alfabetische woordenlijst voor je. Overloop de woorden die je dit jaar moest leren, en tracht zo veel mogelijk woorden te vinden die afgeleid zijn van het Latijn, Nederlandse, maar ook Franse en Engelse woorden.

4. Nog een interessant onderwerp waarover je - alleen of in groep - een werkstukje kunt maken: hoe zag de Romeinse tijdrekening er uit?
Je zag al enkele details over de Romeinse kalender, maar nu kun je het algemener zien: hoe dateerden de Romeinen (vanaf wanneer? jaren en precieze data?).

Eventueel kun je je werkstuk ook opentrekken naar andere tijdrekeningen, bij de Grieken en bij andere volkeren?

Geef in Google woorden in als "tijdrekening", "kalender", enz. Zie natuurlijk o.a. http://nl.wikipedia.org/wiki/Kalender