10. Hoe Rome in de taal voortleeft |
|||||||||
| LES 10: alleen de tekst als pdfdocument | |||||||||
|
* statuere, o, statui, statutum: plaatsen; menen; besluiten
Kaartje van Griekenland. Het eilandje Pharmacussa ligt langs de Aziatische kust, in de buurt van de toenmalige Griekse stad Milete, gelegen op de huidige Turkse kust. 15.* continere, eo, tinui, tentum: bijeenhouden; insluiten;
tegenhouden
Eén van de vele afbeeldingen van C. Iulius Caesar.
De Curia Iulia, het senaatsgebouw - zoals het er nu nog staat. Binnenzicht van de Curia.
De moord op Caesar, zoals geschilderd door Vincenzo Camuccini (1771 - 1844). De titel van het schilderij is "De Iden van maart" - waarom?
Brutus liet een gouden munt slaan met zijn beeltenis en op de keerzijde
symbolen van de moord op Caesar en het opschrift "EID.MAR" = Idus van
maart, de datum van de moord...
|
BasistekstIn de jaren 88 - 82 v.Chr. was Rome het toneel van de eerste burgeroorlog tussen Marius en Sulla, respectievelijk leiders van de volkspartij (populares) en de edelen (nobiles). Deze burgeroorlog liep uit op de dictatuur van Sulla (82 - 79 v. Chr.). De jonge Caesar stond aan de kant van de populares en besloot in 82 Rome te verlaten...
(1) talentum = Grieks gewicht (26 kg) en munt Naar Velleius Paterculus, Historiae Romanae II, 41 / Suetonius, Vita Caesarum, Caesar, hfdst. 4, 19-20 en 25 / Valerius Maximus, Memorabilia, VI, 9, 15 Het bleef niet bij die onschuldige spotliederen - Suetonius, die een lange biografie van Caesar schreef, beschrijft de laatste maanden en de laatste dag van Caesar heel pakkend:
(1) kai su teknon = Grieks voor "tu quoque, fili mi" Naar Suetonius, Vitae Caesarum, Caesar, hfdst.76, 80 en 82 Opgaven1. Composita seditione civile (r.1): hoe oud was Caesar dan?2. Hibernis iam mensibus (r.4-5): dat was niet de gewoonte. Waarom? 3. Quinquaginta talentis (r.11-12): dit is een enorm bedrag. Een talent
had de waarde van 6000 drachmen (1 drachme = 4 gram zilver). 4. Crucibus adfixit (r.14-15): de kruisdood was een gewone straf voor niet-Romeinen. Denk aan de kruisdood van Jezus Christus of aan de terechtstellingen van de opstandelingen van de slavenopstand van Spartacus... 5. Caesar werd triumvir in 60 v.Chr., samen met Pompeius en Crassus (zie ook de inleiding tot Thema IV). Ze verdeelden dus de hoogste macht onder elkaar - wat was het gevolg voor het ambt van consul? En waaruit blijkt dit hier? 6. Caesare et Bibulo (r.27): hoe dateerden de Romeinen? 7. Honores nimios (r.35): welke titels droeg Caesar dus allemaal? Waarom waren sommige daarvan zeker in strijd met de regels van de oude Romeinse republiek? 8. Appellationem mensis (r.40): welke maand dus? Maar Caesar deed veel meer met de kalender! Zoek daarover gegevens op, b.v. op http://nl.wikipedia.org/wiki/Kalender en op http://nl.wikipedia.org/wiki/Juliaanse_kalender 9. Brutus (r.43) was de leider van de beweging die de laatste koning
Tarquinius Superbus verdreef, in 510 v.Chr. 10. Conspiratum est ... (r.47): van de 40 tot 60 samenzweerders noemt Suetonius er hier slechts een 6-tal: Marcus en Decimus Brutus (familie van elkaar), Tillius Cimber, de gebroeders Casca en Gaius Cassius. Wie is de bekendste geworden? 11. De moord op Caesar gebeurde op de Idus van maart (15 maart) 44
v.Chr. 12. Kai su, teknon (r.63): misschien nog bekender zijn de woorden "Tu
quoque, Brute" of "Tu quoque, fili mi". De eerste uitspraak komt uit de
tragedie Iulius Caesar van William Shakespeare, de tweede is een
vertaling van het Grieks "kai su, teknon". 13. Marcus Antonius (r.71) zou het testament van Caesar laten uitvoeren en voor zijn begrafenis zorgen - hij had zelf ook heel veel ambitie! Maar Octavius, een achterneef van Caesar, was door diens testament tot adoptiefzoon aangeduid. Terwijl de republikeinse senatoren die Caesar hadden vermoord, uit Rome vluchtten, tekende zich reeds een nieuwe burgeroorlog af... Hoe zou het allemaal verder lopen? Zie ook de Leestekst 1 bij Les 9... 14. Caesar en taal? Misschien voor jou een niet zo voor de hand liggend verband, maar: (1) Caesar schreef naast werken over zijn oorlogen ook boeken over grammatica, over welsprekendheid, misschien ook over sterrenkunde - en zelfs poëzie (2) Caesar schreef in een sobere, eenvoudige en beknopte stijl en in
een heel zuivere taal: men zegt dat hij "klassiek Latijn" schrijft. (3) Daarom zul je in het 3de jaar Latijn nog meer van Caesar lezen - Caesar is een goede "leermeester" qua taal. Wij leren op school natuurlijk dat klassieke Latijn... |
||||||||
|
Grammatica a. Observeer - continetur (r.18), canebantur (r.29), existimatur (r.34) - Les 9, Basistekst: agebantur (r.11), audiebantur
(r.19), excitabatur (r.32), metuebatur (r.39) (1) Tot nu toe zag je in het Latijn alleen de actieve vormen van het werkwoord. In het actief (of "bedrijvende vorm") voert het onderwerp de handeling uit (actief < Lat. agere = doen, uitvoeren). (2) Er bestaan ook passieve vormen: in het
passief ( of "lijdende vorm") ondergaat het onderwerp van de zin de
handeling (passief < Lat. pati = lijden, ondergaan). Ook in vele andere moderne talen gebruikt men een
hulpwerkwoord om het passief uit te drukken, dus: (3) In het Latijn gebruikt men in de onvoltooide tijden geen hulpwerkwoord; men herkent het passief aan de speciale uitgangen. (4) Die uitgangen zijn: (o)r , ris, tur, mur, mini, ntur. (5) Voor de rest blijven de regels van de vorming van de drie onvoltooide tijden dezelfde als die die je al kent - zie Les 7. Die regels zijn dus: - praesens passief
- imperfectum passief
- futurum simplex
Opmerkingen: - de bindletters blijven dus dezelfde als in het
actief
a. Observeer - captus est (r.6), expositus est (r.12), superati sunt (r.22), creatus est (r.23), conspiratum est (r.47), tardatus est (r.59), confossus est (r.62), repertum est (r.68) - Les 9, Basistekst: zie punt 3, (4) hieronder. b. Besluiten (1) Het Latijn gebruikt in de voltooide tijden wél een hulpwerkwoord, nl. esse. (2) De 3 voltooide tijden worden dan gevormd met het voltooid deelwoord (participium perfectum) + het praesens, imperfectum of futurum simplex van esse. Het is dus een beetje zoals in het Nederlands: V.T.T.: ik ben gekwetst (geworden) of V.V.T.: ik was gekwetst (geworden)... (2) De drie regels voor de voltooide tijden worden dan: - perfectum passief
- plus-quam-fectum passief
- futurum exactum passief
Opmerkingen: - let erop dat het participium perfectum verandert van getal en geslacht (zie ook nr.4). Dus: vocatus sum / es / est, maar vocati sumus / estis / sunt, en ook vocata est (vrouwelijk), enz. - let er ook op dat de 3de pers.mv. van het futurum exactum passief wel vocati erunt is, terwijl de 3de pers.mv. van het futurum exactum actief vocaverint is. (3) Voor de volledige vervoegingen: zie LS
nrs 159, 160 en 161. 3. Besluiten over de vorming van het Latijnse passief en opmerkingen over de vertaling (1) bij de onvoltooide tijden ligt het verschil tussen actief en passief in de persoonsuitgangen (2) bij de voltooide tijden is de vorming
van actief en passief totaal verschillend: (3) let er dus op dat bij het plus-quam-perfectum -eram in het actief een uitgang is, terwijl in het passief "eram" een hulpwerkwoord is; hetzelfde doet zich voor in het futurum exactum met de uitgang -ero en het hulpwerkwoord "ero". (4) Opmerkingen: - (V) Vertaling van het Latijnse passief: het Nederlands gebruikt het passief veel minder dan het Latijn en vaak is een vertaling met een actieve zinswending vlotter: Voorbeelden: . expositus est in litore (r.12) = (ook) men zette
hem aan land - Let erop dat het hulpwerkwoord esse, zoals trouwens het werkwoord esse in het algemeen (zie Basistekst Les 9), soms weggelaten wordt: Voorbeeld: Ubi dies redditus, corpus inventum (Les 9, Basistekst, r.51) = ubi dies redditus est, corpus est inventum. - (V) Op die manier is het Latijnse passief ook een manier om het Nederlandse "men" weer te geven: Voorbeelden:
. iure caesus existimatur (r.34) = (lett.) = hij wordt terecht gedood
geoordeeld = men denkt dat hij terecht gedood is
- captus (r.6), expositus (r.12), captos (r.14), superati (r.22), creatus (r.23), caesus (r.34), tardatus (r.59), repertum (r.68), occisi (r.70) - Les 9, Basistekst: solitus (r.2), egressi (r.7),
clausis (r.24), exstincto (r.25), redditus (r.51), inventum (r.51)
(1) Het Latijnse voltooid deelwoord, het participium perfectum passief (PPP), gaat uit op -tus of -sus (2) Het PPP wordt verbogen volgens de adjectieven op -us, -a, -um (3) Bij de meeste werkwoorden van de 1ste en 4de vervoeging is de vorming regelmatig: praesensstam + -tus, a, um (4) bij de andere werkwoorden is de vorming vaak
onregelmatig: we herkennen dan het PPP in de 3de hoofdtijd, het
supinum. Voorbeelden: manere, eo, mansi (perfectum), mansum (supinum) ---
het PPP is dus mansus, a, um accedere, o, accessi (perfectum), accessum
(supinum) --- het PPP is dus accessus, a, um Maar ook bij enkele werkwoorden van de 1ste en 4de vervoeging en enkele heel onregelmatige: reperire, io, repperi (perfectum), repertum
(supinum) --- het PPP is dus repertus, a, um (5) Het participium perfectum kan op verschillende manieren gebruikt worden - het kan een deel van een voltooide tijd passief
zijn (zie hierboven) - het kan de betekenis van een betrekkelijke of
bijwoordelijke bijzin hebben - het congrueert ook met het
substantief. We spreken van een participium coniunctum (= een
verbonden participium) (6) (V) Een participium kan dus op verschillende manier vertaald worden - ofwel letterlijk, door een voltooid deelwoord
a. Observeer - a maritimis praedonibus captus est (r.6) = hij
werd door zeerovers gevangen genomen b. Besluiten (1) Het handelend voorwerp wordt gebruikt in passieve zinnen en drukt daar de persoon uit die de handeling uitvoert Opmerking: als men de zin naar het actief zou omzetten, dan wordt het handelend voorwerp het onderwerp van de actieve zin. (2) Het handelend voorwerp wordt in het Latijn uitgedrukt door a(b) + ablatief.
|
|||||||||
Kaartje van de streek ten zuiden van Napels.
Zo zou men zich een Grieks oorlogsschip (navis longa) kunnen voorstellen...
Een bekend borstbeeld van de Atheense staatsman en generaal Themistocles (524 - 460 v.Chr.).
Het moderne standbeeld van Leonidas op de plaats waar de Thermopylae lagen.
Kaartje van de zee-engte van Salamis: de Atheense schepen zijn in het blauw, de Perzische in het rood. Men ziet duidelijk dat de Perzen hun volledige vloot niet konden ontplooien...
De Apollo-tempel in Delphi: misschien legde de Pythia hier de orakels van Apollo uit...
Een schaal met een afbeelding van de Pythia (links) (Athene, 440-430 v.Chr.).
Algemeen zicht op de Akropolis met de gebouwen zoals die na de Perzische oorlogen werden heropgebouwd.
Zo zag de beroemde Italiaanse schilder en beeldhouwer Michelangelo (1475 - 1564) misschien de Sibylle van Cumae...
Zelfs op de buitenkant van enkele panelen van het beroemde Lam Gods, geschilderd ca. 1432 door de gebroeders Jan en Hubert Van Eyck (en bewaard in de Sint-Baafs kathedraal in Gent) worden twee Sibyllae afgebeeld - rechts de Sibylla van Cumae. Ze vervullen daar dezelfde rol als de profeten in het Oud Testament.
De toegang tot de grot van de Sibylle, bij Cumae.
|
Leestekst 1
Pompeii, celebris Campaniae urbs, terrae Naar Seneca, Quaestiones Naturales, Boek VI, 1, §§1-2
|
||||||||
Activiteiten1. Nu we, op het eind van dit eerste jaar Latijn, een beetje de balans moeten beginnen opmaken, zou je op een tijdsbalk - of bestaat die al in je klas? - de bijzonderste data en evenementen van de Romeinse geschiedenis, die je dit jaar hebt ontmoet, kunnen aanduiden. Het kan een leuk groepswerk worden, met elke leerling bijvoorbeeld
een andere les... 2. Iedere Latijnse les is ook een beetje een les Nederlands - ongetwijfeld heb je nieuwe begrippen ontmoet die ook in de lessen moderne talen nuttig zijn. En heel zeker heeft je leraar er de nadruk op gelegd dat een vertaling uit het Latijn goed en vlot Nederlands moet zijn. Misschien kan je leraar een stuk uit één van de vorige teksten aanduiden en de klas per groepjes van 2-3 leerlingen een vlotte vertaling laten maken: geen letterlijke weergave, eventueel passief vervangen door actief, vlotte uitdrukkingen, sprekende adjectieven... Wie maakt de beste moderne vertaling? Helpt je leraar Nederlands de vertalingen beoordelen? En wie weet wordt de beste gepubliceerd in het schoolblad of op de schoolsite? 3. Nog een werk dat je met heel de klas kunt maken. Neem de - nu volledige - alfabetische woordenlijst voor je. Overloop de woorden die je dit jaar moest leren, en tracht zo veel mogelijk woorden te vinden die afgeleid zijn van het Latijn, Nederlandse, maar ook Franse en Engelse woorden. 4. Nog een interessant onderwerp waarover je - alleen of in groep -
een werkstukje kunt maken: hoe zag de Romeinse tijdrekening er uit? Eventueel kun je je werkstuk ook opentrekken naar andere tijdrekeningen, bij de Grieken en bij andere volkeren? Geef in Google woorden in als "tijdrekening", "kalender", enz. Zie natuurlijk o.a. http://nl.wikipedia.org/wiki/Kalender |
|||||||||