Voor de Romeinen - en voor de Grieken en alle volkeren uit het verre verleden -
was het moeilijk om zich een beeld te vormen van hun vroege geschiedenis. Er
waren geen schriftelijke bronnen uit die tijd, want de vroegste Romeinse
geschiedschrijvers begonnen pas te schrijven in de 3de en 2de
eeuw voor Christus. Geen wonder dus dat de oudste geschiedenis van Rome (met de
stichting van de stad, volgens de overlevering in 753 v.Chr.) en de tijden
ervoor schuil gingen achter allerlei legenden.
De bekende geschiedschrijver Titus Livius (1ste eeuw v.Chr.) is een belangrijke bron voor ons en begint zijn geschiedschrijving ongeveer als volgt: “Wat eerst en vooral vast staat is dat bij de inname van Troje twee Trojanen door de Grieken gespaard werden, nl. Antenor en Aeneas. Antenor bereikte na allerlei avonturen het noorden van de Adriatische Zee en stichtte daar een natie met een volk dat Veneten werd genoemd (de streek van het huidige Venetië). Aeneas en zijn volgelingen kwam eerst in Macedonië aan, daarna in Sicilië. Uiteindelijk landde hij op het vasteland van Italië, bij de monding van de Tiber. Daar geraakte hij slaags met de oorspronkelijke bewoners van de streek (de Aborigines), met als leider koning Latinus, maar uiteindelijk sloten de twee volkeren vrede: Aeneas trouwde met de dochter van de koning en stichtte een nieuwe stad, Lavinium.”
Een andere bron voor de oudste, maar helemaal legendarische geschiedenis van de Romeinen is de grote dichter Vergilius (1ste eeuw v.Chr.). Zijn grootste werk is een heldengedicht, een epos, de Aeneis: dit dichtwerk verhaalt in twaalf “boeken” (van telkens ongeveer 700-800 verzen) de ondergang van Troje, de zwerftochten van Aeneas door de Middellandse Zee en zijn strijd om zich in Italië te vestigen. Vergilius heeft dit werk in grote mate laten beïnvloeden door de Ilias en de Odusseia van de Griekse dichter Homeros: de zwerftochten van Aeneas zijn natuurlijk een afspiegeling van de omzwervingen van Odusseus (onderwerp van de Odusseia), terwijl de lange strijd in Italië sterk beïnvloed is door de strijd om Troje (verhaald in de Ilias).
Zowel de geschiedschrijver Livius als de dichter Vergilius
laten de voorgeschiedenis van Rome dus beginnen in het oude Griekenland, en meer
bepaald in de stad Troje, die gelegen was op de kust van Klein-Azië (het
huidige Turkije) en een grote bloei had gekend nog voor het eigenlijke
Griekenland tot bloei was gekomen. Deze Grieken hadden een grote oorlog gevoerd
tegen de stad Troje: volgens de traditie speelde deze oorlog zich af in de jaren
1193 – 1184 v.Chr. Volgens de oude legenden was de aanleiding ervan de roof
van Helena, de vrouw van Menelaos, koning van Sparta. Helena werd geschaakt door
Paris, zoon van Priamos, koning van Troje, en de bedrogen koning Menelaos riep
alle koningen van Griekenland op om tegen de stad Troje een grote oorlog te
beginnen.
De oude Griekse schrijver Homeros heeft in zijn werk
over die oorlog geschreven. Homeros was voor de oudste Griekse geschiedenis een
soort bijbel: de kinderen leerden lezen met Homeros en de schrijver beïnvloedde
heel de opvoeding en was voor de Grieken dé grote bron voor hun kennis van
legenden, godsdienst en geschiedenis. Homeros leefde waarschijnlijk in de 8ste-9de
eeuw v.Chr., misschien in Klein-Azië. We mogen aannemen dat Homeros iemand was
die de vele oude legenden en mondelinge tradities die al bestonden voor hem,
voor het eerst opschreef. Van Homeros zijn er twee grote werken bewaard, de Ilias
en de Odusseia. De Ilias vertelt het verhaal van 10 jaar belegering van
de stad Troje, de Odusseia aan de andere kant gaat over de zwerftocht, terug
naar huis, van één van de Griekse helden van de Trojaanse oorlog, Odusseus.
Het is dus moeilijk om te weten of de legenden rond Troje
enige historische achtergrond hebben. Zeker is in elk geval dat de ruïnes van
Troje bestaan: ze liggen aan de Turkse kust, ter hoogte van de landengte van de
Dardanellen, en archeologen hebben daar overblijfselen van verschillende fases
van een vrij belangrijke stad gevonden, een stad die vele malen verwoest is
geworden.
De twee beroemde werken van Homeros hebben een enorme invloed gehad op de wereldliteratuur en om te beginnen op de Romeinen: de Aeneïs van de dichter Vergilius steunt, zoals gezegd, heel sterk op de Ilias en de Odusseia.
Volgens de Aeneis kreeg Aeneas tijdens zijn vlucht uit het brandende Troje de schim te zien van zijn vrouw Creusa: zij voorspelde hem een lange tocht over zee, op zoek naar een land dat Hesperia heette. Op het eiland Delos vroeg Aeneas de god Apollo om meer uitleg en dit orakel spoorde de Trojanen aan op zoek te gaan naar het land van hun voorvaderen. Anchises, de vader van Aeneas, meende dat hiermee het eiland Kreta was bedoeld, maar, daar aangekomen, kreeg Aeneas in een droom te horen dat met Hesperia Italië was bedoeld.
Nu volgt, op zoek naar Italië, een lange zwerftocht die hen langs de westkust van Griekenland brengt en dan naar Sicilië. Een storm, opgewekt op bevel van de oppergodin Iuno, doet de schepen van Aeneas afdrijven naar de kusten van Afrika, waar de Trojanen uiteindelijk terecht komen aan het hof van Dido, koningin van de nieuwe stad Carthago. Aeneas en Dido worden op elkaar verliefd, maar Aeneas krijgt van de goden de opdracht zijn lot verder te volgen en te vertrekken naar zijn beloofde land Hesperia; na het vertrek van de vloot pleegt de wanhopige Dido zelfmoord.
Uiteindelijk landen de Trojanen op de kust van Italië, nabij Cumae; Aeneas gaat dadelijk naar de Sibylla, een priesteres van Apollo, die hem een moeilijke toekomst voorspelt, maar die hem ook begeleidt op zijn tocht naar de Onderwereld, waar hij zijn vader Anchises terugziet. Hij is het die Aeneas aan de Trojanen en de latere Romeinen een schitterende toekomst voorspelt: uiteindelijk zal een nakomeling van Aeneas de stad Rome stichten en in de verre toekomst schittert het grote rijk van keizer Augustus.
Men kan zich afvragen waarom de Romeinen hun oorsprong wilden laten teruggaan tot de Trojanen. Vergilius in elk geval ziet er een middel in om de stamboom van keizer Augustus te laten teruggaan tot Aeneas en dus tot de goden. Want de traditie wilde dat Aeneas een zoon was van de godin Afrodite of Venus en via zijn vader afstamde van een stamvader van de Trojanen, Dardanos, en dus van niemand minder dan de oppergod Zeus zelf. Zo stamde de familie van keizer Augustus af van de goden en kon de keizer zijn macht als het ware rechtvaardigen door zijn goddelijke oorsprong…
Nog altijd volgens de legende werd Rome
gesticht op 21 april 753 voor Christus. De 4-5 eeuwen die liggen tussen de
tijd van Aeneas en die stichting van Rome zijn ook nog gehuld in legendarische
verhalen: na zijn aankomst in Italië zou Aeneas een bondgenootschap hebben
gesloten met Latinus, koning van het volk der Latijnen. Aeneas' zoon Ascanius
zou daarna Alba Longa hebben gesticht: dit was in die vroege tijden de
belangrijkste Latijnse stad. Na Ascanius' dood regeerden zijn nakomelingen
gedurende 14 generaties; de laatste uit deze reeks, Numitor, werd van de
heerschappij beroofd door zijn broer Amulius. Deze laatste dwong Rhea Silvia, de
enige dochter van Numitor, Vestaalse maagd te worden: dit betekende dat ze niet
mocht trouwen en geen kinderen zou krijgen.
Dit was gerekend zonder de tussenkomst van de goden... Rhea Silvia werd zwanger
van de oorlogsgod Mars en de tweeling die werd geboren waren de stichters van
Rome, Romulus en Remus.
Na Romulus regeerden volgens de traditie nog 6 koningen over Rome, van wie de
laatsten eigenlijk Etrusken waren: dit machtige volk dat in centraal Italië ten
noorden van Rome woonde, breidde zijn macht inderdaad uiteindelijk uit over de
streek van Rome.
Tot hier de legenden... Volgens archeologisch onderzoek was er al bewoning in Rome vanaf het jaar 1000 v.Chr: de Latijnen woonden toen zeker op de heuvel van de Palatinus, waarschijnlijk ook al op de Capitolinus, een andere van de zeven heuvels waarover het latere Rome zich uitstrekte. Later heersten de Sabijnen, een naburig volk over de streek en ten slotte waren er dus de Etrusken - de 5de koning, Tarquinius Priscus, zou een Etrusk geweest zijn. Hij zou o.a. het eerste Circus Maximus, het Forum Romanum en de oudste riolering, de Cloaca Maxima, hebben laten aanleggen. Zo werd Rome langzamerhand een echte stad, die de verschillende nederzettingen op de omringende heuvels in zich verenigde.
In les 3 hebben we het vooral over de
legendarische voorgeschiedenis van Rome, dus over de stad Troje en over de held
Aeneas. In les 4 komt de al even legendarische stichting van de stad Rome aan
bod.