In dit eerste jaar Latijn hebben we al kennis gemaakt
met veel Romeinse schrijvers - met de Latijnse (en ook de Griekse) litteratuur
zul je trouwens in de volgende jaren nog veel meer in contact komen.
Het is evenwel belangrijk ook van de andere kunstvormen in de oudheid iets op te
steken, en zeker van de bouw- en beeldhouwkunst. In Thema V zagen we
trouwens al dat de oudheid in veel materiële overblijfselen blijft voortleven - die ontdekken en uitzoeken is het domein van de archeologie, en als
je in Griekenland, Italië of elders rond de Middellandse Zee rondreist of een
archeologisch museum bezoekt, kom je vanzelf in aanraking met de antieke bouw-
en beeldhouwkunst.
Dit laatste Thema VI wil je daar één en ander over vertellen.
Om de kunst in het algemeen en de bouw- en beeldhouwkunst in het bijzonder te
kunnen situeren en begrijpen, moeten we eerst en vooral de belangrijkste feiten
en data van de algemene geschiedenis kennen. Met de Romeinse geschiedenis, en
ook al af en toe met de Griekse, hebben we al voortdurend kennis gemaakt, maar
hieronder willen we in het kort al die verschillende gegevens in een overzicht
onderbrengen.
- Reeds in de nieuwe steentijd (neolithicum) (7000 - 3000 v.Chr.) waren er ook in Griekenland belangrijke "uitvindingen": stenen werktuigen, de landbouw, het wiel, het pottenbakken en later ook de bewerking van koper en het schrift
- Rond 3000 v.Chr. kwamen er nieuwe volkeren, verwant met Egypte en Klein-Azië, wonen op Kreta en de Griekse eilanden: hier ontstond de Kretensische of Minoïsche cultuur, vanaf 2600 v.Chr. en met het hoogtepunt tussen 1600 en 1400 v.Chr.
- Rond 2000 v.Chr. vielen Indo-Europese volkeren Griekenland binnen: dat
waren de Achaeërs, later de Ioniërs. Ze spraken een Indo-Europese taal, het
latere Grieks, en bezetten na het vasteland ook Kreta. Op die manier bewerkten
ze de ondergang van de Minoïsche cultuur, hierbij heel waarschijnlijk geholpen
door de enorme verwoestingen van de uitbarsting van de vulkaan op Santorini
(Thera), omstreeks 1400 v.Chr.
Op het vasteland vestigden ze de Mykeense cultuur (1600 - 1200 v.Chr.)
met als grote centra de burchten van Mykene, Tiryns, Argos en Pylos (allemaal in
Zuid-Griekenland)
- Rond 1200 - 1100 v.Chr. kwam de laatste golf van invallen, met de Doriërs:
zij kenden de bewerking van het ijzer, maar verwoestten de Mykeense cultuur.
Misschien is de legende van de Trojaanse oorlog (1194-1994 v.Chr.?) een echo van
die verwarde tijden...
In elk geval luidde die inval een breuk in de beschaving in - sommigen spreken
van de "Griekse middeleeuwen" (1200 - 900 v.Chr.)
- Het klassieke Griekenland met zijn hoogstaande beschaving kreeg
langzamerhand vorm vanaf de jaren 800 v.Chr.: er ontstonden
"stadsstaten" (stadstaat = polis), waarvan de belangrijkste Athene en
Sparta zouden worden, en die stadsstaten werden gauw zo vitaal dat ze overal
kolonies stichtten, de hele Middellandse en Zwarte Zee rond. De grote schrijver
Homeros wordt gesitueerd rond 800 v.Chr., er ontstaat weer kunst en de eerste
Olympische Spelen gaan door in 776 v.Chr.
Er ontstaat in Athene een democratische staatsvorm en na de Perzische oorlogen
(490-480 v.Chr.) breekt voor Griekenland en vooral voor Athene de "Gouden
Eeuw" aan, waarbij vooral de tijd van de staatsman Perikles (446 - 431
v.Chr.) een grote bloeitijd was, met o.a. de enorme bloei van de kunsten op alle
gebied
- Na een periode waarin o.a. Sparta en daarna Thebe de machtigste stadsstaten waren, brak de tijd aan waarin Macedonië (in Noord-Griekenland) zo machtig werd dat het de Griekse steden kon onderwerpen. Alexander de Grote (336-323 v.Chr.) veroverde een kortstondig wereldrijk, dat reikte tot voorbij Perzië, tot Egypte en Indië; in dit rijk werd de Griekse beschaving verspreid - men spreekt van de Hellenistische periode (323 - 146 v.Chr.)
- Met de verovering door Rome gaat de Griekse geschiedenis een lange Romeinse periode in (146 v.Chr. - 395 n.Chr.). Maar zelfs na die tijd - 395 was de datum van de splitsing van het Romeinse rijk in een West- en Oost-Romeinse rijk - bleef dat Oost-Romeinse rijk nog meer dan tien eeuwen bestaan, tot de verovering van Constantinopel door de Turken in 1453.
Over de Romeinse geschiedenis kunnen we kort zijn, want je hebt er al heel wat details over geleerd in de vorige lessen. Laten we nog eens de grote periodes herhalen:
- 753 - 510 v.Chr.: het Koninkrijk met vooral de strijd met de onmiddellijke buurvolkeren
- 510 - 31 v.Chr.: de Republiek, met vanaf de 4de-3de eeuw de verovering van heel Italië en in de 2de-1ste eeuw de verovering van veel provincies rond de Middellandse zee
- 31 v. Chr. - 476 n.Chr.: het Keizerrijk. Onder de eerste keizer Augustus (31 v.Chr. - 14 n.Chr.) was er zo'n grote bloei dat men spreekt van de "Gouden eeuw" van Rome. Ook enkele latere keizers vestigden een periode van vrede en bloei, zoals de keizers Trajanus (98 - 117 n.Chr.), Hadrianus (117 - 138 n.Chr.) en Antoninus Pius (138 - 161 n.Chr.): de tijd van hun regeringen wordt soms de "Zilveren Eeuw" van Rome genoemd.
(1) Bij de oudste vormen van Griekse kunst moeten we zeker de Cycladische kunst (vooral 4000 - 2000 v.Chr.) vermelden met vooral prachtige Cycladische beeldjes, in het begin vooral afbeeldingen van de moedergodin, later ook van mannen. Door hun eenvoudige en pure stijl doen ze heel modern aan

Een Cycladisch beeldje
(2) De Minoïsche cultuur (2600 - 1400 v.Chr.) is vooral bekend door de
grote paleizen van Knossos en Phaistos op Kreta en door de wandschilderingen in
die paleizen. De stijl en het gebruik van opvallende kleuren doen oosters aan -
er is zeker verwantschap met de oude Egyptische kunst.
Ook in de opgravingen van het palais in Akrotiri op het eiland Santorini zijn er
heel wat wandschilderingen gevonden
Een detail van het Paleis van Knossos
Een
detail van een wandschildering,
de zogenoemde "Parisienne"

Twee voorbeelden van prachtige wandschilderingen in Akrotiri (Santorini of Thera)
(3) De Mykeense cultuur (1600- 1200 v.Chr.) situeert zich op het vasteland
en is nu nog duidelijk te bewonderen in de paleizen van Mykene of Pylos. Het is
in Mykene dat de archeoloog Schliemann (zie Les 3) voor het eerst belangrijke
vondsten heeft gedaan. De sterke verdedigingsmuren (men spreekt van Cyclopische
muren, omdat de stenen zo groot zijn), met o.a. de beroemde Leeuwenpoort in
Mykene, en de opgegraven gouden maskers en beelden, met o.a. het zogenoemde
Masker van Agamemnoon, zijn typisch uitingen van de Mykeense
cultuur

Het zogenaamde Masker van
De Leeuwenpoort in de burcht van Mykene
Agamemnoon
(4) De eigenlijke Griekse Kunst deelt men in in 3 periodes:
- de archaeïsche of oude kunst (720 - 480 v.Chr.): de oudste tempels worden gebouwd, vaak nog zwaar en met korte, dikke zuilen, allemaal in de Dorische stijl; ook de beelden zijn nog zwaar en statisch (= zonder veel beweging) - zij herinneren aan de vormen van de Egyptische kunt. Heel typisch zijn de beelden van jongemannen (kouroi) en meisjes (korai), de mannen naakt, de vrouwen nog gekleed

Twee kouroi, Cleobis en Biton Een
beroemde
Korè,
Een jongere kouros,
(580 v.Chr.)
de zogenaamde
"Dame de
zogenaamde "Kritios
d' Auxerre (630
v.Chr.)
boy" (480 v.Chr.)

De tempel van Hera of Basilica in Paestum, Italië (ca.
550 v.Chr.)
- de klassieke kunst (5de eeuw v.Chr.) is dé
bloeitijd van de Griekse kunst: de tempels worden lichter met als hoogtepunt het
Parthenon in Athene (ingewijd in 432 v.Chr.) - ook de lichtere Ionische zuil
wordt nu vaak gebruikt. De beelden zijn eveneens lichter, eleganter en
beweeglijker - maar altijd nog vrij ernstig en geïdealiseerd

De Diskobolos of discus- De Diadoumenos,
van
Het Parthenon (432 v.Chr.)
werper, van Myroon
Polykleitos (ca. 430 v.Chr.)
(ca. 450 v.Chr.)
Het Erechtheion, op de Akropolis (421 -
406
Een Dorische, Ionische en
v.Chr.)
Korinthische zuil

De drie bouwordes van de Griekse zuilen: Dorisch, Ionisch en Korinthisch
- de postklassieke kunst (4de eeuw v.Chr.) ziet deze evolutie verder gaan: de zuilen worden nog hoger en slanker, vaak ook van de Ionische stijl,de beelden worden ook slanker en nog beweeglijker, met een groeiend realisme

De Hermes van Praxiteles (ca.
343 v.Chr.), één van de heel
weinige originele Griekse beelden
uit die tijd
(5) De Hellenistische kunst (323 - 146 v.Chr.) zet deze evolutie verder, nog duidelijker in de Romeinse periode (vanaf 146 v.Chr.). Het realisme en het soms overdreven gevoel zijn typisch voor deze tijd; ook dieren en kinderen worden soms afgebeeld.
De Laokoöngroep, ca. 40 v.Chr. De Jockey van Artemision (ca 150 v.Chr.)
Ter inleiding van de Romeinse kunst moeten er een paar zaken onderstreept
worden:
- de Romeinse kunst stond onder heel grote invloed van de Griekse kunst. Niet alleen kopieerden de Romeinen heel wat Griekse beelden - de meeste Griekse kunstwerken kennen we alleen dank zij Romeinse kopieën, ook de beroemdste, zoals de Diskobolos -, maar in het algemeen namen ze gewoon Griekse ideeën over en zetten de evolutie die we hoger zagen nog verder
- zo werden de Romeinse beeldhouwwerken nog beweeglijker, nog realistischer dan het in het Hellenisme al het geval was geweest. Voor het eerst zien we heel realistische portretten, ook van oude en soms lelijke mensen - het idealisme van de Griekse (vooral klassieke) kunst is er niet meer
- over het algemeen kunnen we ook zeggen dat de Romeinen heel praktisch gericht waren, ook in hun kunstwerken - men zegt dat hun kunst utilitair was. Ze bouwden natuurlijk nog wel tempels, maar ook en vooral bruggen, aquaducten, amfitheaters, thermen, heirbanen; in de kunst waren de beelden en portretten van de voorouders heel belangrijk
- men kan ook stellen dat alles iets grootser dan de Griekse kunst moest zijn; de zin voor maat en harmonie, die de Grieken hadden, verdween: het was de tijd van de grote tempels, de enorme thermen...
- de Romeinen voegden wel enkele typische elementen toe in de bouwkunst: de Grieken kenden het gewelf niet, de Romeinen namen het over van de Etrusken en pasten het heel veel toe; in veel Romeinse gebouwen vinden we dan ook gewelven en koepels, vaak in een soort gietbeton (op basis van kalk)
- laten we ten slotte ook niet vergeten dat er mooie kunstuitingen waren in het Italië van vóór de Romeinse alleenheerschappij: zo kenden de Etrusken een bloeiende schilderkunst die ze o.a. toepasten in hun graven.
(1) De Romeinse beeldhouwkunst bestaat dus hoofdzakelijk uit portretten,
borst- en standbeelden, beeldengroepen, enz. Op die manier staat de
beeldhouwkunst telkens in dienst van een idee, b.v. van de voorouderverering,
van de keizerverering, enz. Ze zijn realistisch en ze aarzelen niet de mens met
zijn fysieke gebreken af te beelden.

Een portret van keizer Augustus Een portret van keizer
Probus. Een portret van een gewone
als
priester.
Romein.
(2) Over de Romeinse bouwkunst heb je al heel wat geleerd in het vorige Thema V.
Zo zagen we daar dat er heel veel amfitheaters bewaard zijn, in Italië in Verona, Capua, Lucera of Syracuse, maar verder ook in Carthago of El Djem (Tunesië), in Trier (Duitsland), in Leptis Magna (Libië), in Merida of Tarragona (Spanje) en natuurlijk ook in Arles, Nîmes, Nice, Bordeaux, Lyon of Saintes (Frankrijk).

Het amfitheater van Nîmes, Frankrijk.
Van Romeinse theaters staan er nog meer in de hele Middellandse zee-wereld, zoals in Djemila of Timgad (Algerije), in Plovdiv (Bulgarije), in Arles, Orange of Vienne (Frankrijk), in Athene of Kos (Griekenland), in Amman of Petra (Jordanië), in Biblos (Libanon), in Efeze, Milete of Hiërapolis (Turkije) en natuurlijk ook in Aosta, Syracuse, Taormina, Rome, Trieste of Verona (Italië).

Het Romeins theater van Orange, Frankrijk.
In iedere belangrijke stad stonden er thermen (badhuizen), o.a. de beroemde
Thermae van Caracalla en Diocletianus te Rome. Zeer belangrijk waren ook de aquaducten, soms tot 100 km lang, o.a.
de beroemde Aqua Appia in Rome, de Pont du Gard in Frankrijk of de aquaduct van
Segovia in Spanje. Ook triomfbogen zijn een typisch Romeins bouwwerk: ze
dienden om de grootse daden van een keizer te vereeuwigen.
Luchtfoto van de Thermen van Caracalla, Rome.
De aquaduct van Segovia, Spanje. De aquaduct over de Gard, in Zuid-Frankrijk.
De triomfboog van keizer Constantinus in Rome.
De Romeinse heirbanen waren zo degelijk dat de duizenden kilometer Romeinse "viae" tot ver in de Middeleeuwen dé handelsroutes in Europa bleven.
Het plaveisel van een heirbaan.
Eigenlijk waren alleen de tempels een rechtstreekse voortzetting van de Griekse
ideeën, maar vaak ging het om enorme bouwwerken; de stijl was Ionisch en nog
vaker Korinthisch.
De tempel van Zeus in Athene Het
Pantheon in Rome, beroemd door zijn enorme koepel.
was de grootste tempel in
Griekenland. Begonnen in de
Griekse tijd werd hij voltooid
door de Romeinen en ingewijd
door keizer Hadrianus in 124
n.Chr. Hij mat 108 op 41 meter
en de zuilen waren 14 meter hoog.